vrijdag 3 oktober 2014

Mist

4 reacties

Door een opstapeling van onverwachte beslissingen loop ik rond half acht 's avonds door de binnenstad van Hengelo. Opeens roept daar een oude man. Hij heeft een wat angstige blik in z'n ogen. Ik vraag waar hij moet zijn. En daarmee begint een emotioneel avontuur.

Er komt een warrig verhaal over z'n fiets, die hij al de hele middag zoekt. Binnen een minuut weet ik dat deze meneer behoorlijke Alzheimer heeft. Ik weet dat hij zonder hulp niet bij z'n fiets en mogelijk ook niet thuis komt. Kennelijk ben ik vanavond degene die hem moet helpen. En ik weet op dat moment dat ik hem niet los zal laten tot er een vorm van veiligheid in z'n leven is.

Al lopend door de stad probeer ik zoveel mogelijk informatie los te krijgen. Ik hoor vooral wat hij meestal doet, als hij uit Borne naar Hengelo fietst. En waar hij meestal z'n fiets neerzet. Maar welke weg hij vanmiddag heeft afgelegd, komt niet meer boven water. We bezoeken wat plekken en proberen vele fietsen met het sleuteltje uit z'n portemonnee. Z'n kinderen in Utrecht en Rotterdam gaan ook niet helpen. Vrienden of buren zijn er niet. Geen telefoon, geen nummers. Met het toenemen van zijn verwarring grijp ik me als een pitbull steviger aan deze meneer vast.

De bieb! Daar is hij eerst naartoe gegaan. Hij weet het ineens zeker. Voor even. Goddank, de bieb. Daar moet ik ook zijn. Daar zijn collega's die kunnen helpen. Daar zijn we binnen. Ik hoef de situatie maar in een paar woorden uit te leggen en een BHV'er heeft de politie al gebeld. Zelfs op de trein zetten durf ik niet meer aan. Ook al zegt hij zeker te weten die wandeling van 25 minuten van station naar huis nog wel te weten. Jaja.

Ondertussen schrijf ik alles op wat er nog vrij helder en met regelmaat uit deze meneer komt. Inclusief de steen waaronder hij altijd de sleutel van de achterdeur bewaart. Het is aandoenlijk maar ook pijnlijk om te zien hoe hij steeds ongemakkelijker wordt met alle aandacht. De druifjes om z'n honger te stillen wil hij eigenlijk niet aannemen. Als ik de agenten bedank en een hand geef, doet hij dat ook. Nou nee, het is de bedoeling dat u met ze meegaat, meneer.

Och hemel. Die vriendelijke agenten gaan hem echt wel veilig thuisbrengen, mijn taak zit erop. Maar dan? Wie gaat die fiets nog zoeken? Wat als hij weer 'even' naar Hengelo wil en opnieuw de weg kwijt raakt in z'n hoofd? Wie komt er dan toevallig op z'n pad? Ik kan de stumpert maar niet uit m'n hoofd zetten. Ondanks z'n enorme dankbaarheid ben ik bij hem vast alweer verdwenen in de mist.