Ik ben nu drie weken aan het werk in mijn plaatselijke ziekenhuis als geestelijk verzorger. Ook al is het een kleine baan, ik kan nu al zeggen dat het even bijzonder als intensief is. Zoals ik bij GV-thuis gewend ben altijd weer een nieuwe woonkamer binnen te stappen, zo betreed ik nu de wereld van bijna identieke kamers. Inclusief slangetjes, piepjes en geuren. Maar de mensen en hun persoonlijke verhalen zijn zo divers als maar kan zijn. Natuurlijk is de rode draad dat er altijd fysiek iets niet in orde is, en soms zelfs levensbedreigend. Toch gaat het gesprek eigenlijk altijd over andere zaken. Zorgen over partner of kinderen. Emoties rondom de veranderingen in het leven. Of, zoals we zo neutraal mogelijk in het patiëntendossier vermelden: beloop en beleving opname.
Meestal duurt een gesprek vijf tot tien minuten, maar een paar keer zit ik al wel een half uurtje naast het bed. En heel soms heeft een gesprek voor mij een gouden randje. Omdat we samen een kleine reis hebben gemaakt en de patiënt zich na afloop fijner voelt en dankbaar is. Ik zeg dan net zo gemeend Dank je wel voor deze ontmoeting, want ook ik ga daarna iets lichter en blijer verder met mijn dag.
Deze week heb ik weer zo'n gesprek mogen voeren. De laatste van de middag. Op weg naar huis loop ik met een blij hart bij m'n onderbuurman naar binnen om mezelf te trakteren op een maaltijdsalade. Ik schuif tegenover een oudere vrouw, die daar met boek en tablet in de weer is, om te wachten op m'n bestelling. Het restaurantrumoer omringt ons samenzijn, terwijl we beiden in onze eigen wereld verblijven.
Op enig moment vraagt mevrouw ineens of ik een lekkere pasta ga eten. Ik draai me naar haar toe en vertel haar over mijn liefde voor hun salades. Wat het precies is, weet ik niet, maar mevrouw gaat aan en begint te vertellen. Over het verlies van haar man. Over haar honger, die ze samen met hem is verloren. Over dat ze hier graag zit om haar poëzie te lezen. Ik neem deel aan het gesprek met soms een enkel woord, een korte vraag of een bevestigende knik. Mijn grootste bijdrage? Aanwezig zijn, luisteren en ruimte geven. Van een afstandje kijk ik naar mezelf en denk: 'Ja, dit is dus nu je nieuwe jij'.
Het zal de uitstraling zijn geweest van het blije hart waarmee ik bij haar kwam zitten. Of de zachtheid in m'n ogen en stem, door alle kwetsbaarheid die ik om me heen zie sinds ik in het ziekenhuis mag werken. Het doet er niet toe. Ik kon in ieder geval wéér iemand bedanken die mij - zonder het te weten - een beetje had opgetild.

Reacties
Een reactie posten