Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Er worden posts getoond met het label poëzie

Eerste liefde

Bart Moeyaert schreef dit jaar het Boekenweekgedicht, rond het thema Eerste liefde . Ja, dat kan niet anders dan iets liefs opleveren. Ik deel het graag met u. Ook namens meneer Bart. En vergeet niet er naar te luisteren!

Een gedicht

De egel had nog nooit een gedicht geschreven, maar op een ochtend schreef hij er een: Als ik een ander was Als ik een ander was, dan wilde ik maar één ding: de egel zijn, dan had ik stekels, net als hij, dan woonde ik onder een struik en kon ik schuifelen en me oprollen, thuisblijven wanneer ik thuis wilde blijven en niemand zien wanneer ik niemand wilde zien, net als hij - wat zou ik dan gelukkig zijn! maar ik bén de egel en ik wil maar één ding: dat ik een ander was er zit maar één ding op en dat is met grote letters op mijn muur schrijven: HET IS NOOIT GOED. Uit: Toon Tellegen (2022) De egel, dat ben ik , Querido, Amsterdam/Antwerpen, p. 61-62.

Vandaag heb ik de lichtjes nodig

Vandaag heb ik de lichtjes nodig, een slinger als een rozenkrans. Ik zal bidden, licht voor lichtje, om genade en weer glans. Oma, zend mij van daarboven liefdesfluister als weleer. Opa, geef me kracht en bodem, soms doet leven even zeer. Grote oorsprong, help me voelen wat er nu beweegt in mij. Terug naar binnen, flarden, zinnen, bevrijd mijn tranen, schud me vrij. Mag ik voelen en verdrieten, ook wat bozen als het kan. En het even écht niet weten, behalve, toch, dit bidden dan. Nog een lichtje: mag het waar zijn dat de liefde overwint, dat in winterdonker landschap men juist daar zichzelf hervindt. Terug bij bidden, oud gebaar, maar wat ook fris en eigen mag. Nu een slinger in een etmaal, komend jaar, wens ik mij, elke dag. Om te danken, om te vieren, om te vragen en te zijn. Me verbinden met mysterie, het grote toont zich in het klein. Vandaag heb ik de lichtjes nodig wijzend naar dat grote licht in en om mij, kind van leven, lijf en hartslag, dit gedicht. Sylvia Monte...

Black, bold and beautiful

The Hill We Climb When day comes we ask ourselves, Where can we find light in this never-ending shade? The loss we carry, a sea we must wade We braved the belly of the beast We’ve learned that quiet isn’t always peace And the norms and notions of what just is Isn’t always just-ice. And yet the dawn is ours before we knew it Somehow we do it Somehow we weathered and witnessed a nation that isn’t broken but simply unfinished We the successors of a country and a time Where a skinny black girl Descended from slaves and raised by a single mother Can dream of becoming president Only to find herself reciting for one. And yes we are far from polished far from pristine But that doesn’t mean that we are striving to form a union that is perfect. We are striving to forge our union with purpose To compose a country committed to all cultures, colours, characters and conditions of man. And so we lift our gaze not to what stands between us but what stands before us We cl...

Is dit nu later...

We speelden ooit verstoppertje In de pauze op het plein  We hadden grote dromen Want we waren toen nog klein De ene werd een voetballer De ander werd een held We geloofden in de toekomst Want de meester had verteld Jullie kunnen alles worden Als je maar je huiswerk kent Maar je moet geduldig wachten Tot je later groter bent Is dit nu later? Is dit nu later als je groot bent Een diploma vol met leugens Waarop staat dat je volwassen bent Is dit nu later? Is dit nu later als je groot bent Ik snap geen donder van het leven Ik weet nog steeds niet wie ik ben Is dit nu later? We spelen nog verstoppertje Maar niet meer op het plein En de meeste zijn geworden Wat ze toen niet wilden zijn Wij zijn allemaal volwassen Wie niet weg is, is gezien En ik zou die hele choas Nu toch… Stef Bos

Vogels, vissen

Ingmar Heytze schreef ‘Vogels, vissen’ in opdracht van EenVandaag, en las het ook voor hen voor. Vogels, vissen Zet de radio uit. Je hoort niets nieuws. De stilte wacht geduldig af. Vouw de krant dicht. Hij was oud voordat hij werd gedrukt. Zoek niet, deel niet, duim niet tot je vierkant ziet. Zet eindelijk het scherm op zwart. Ik ben net zo bang als jij, net zo bezorgd voor iedereen die ik niet missen kan. Ik had ook gespaard voor andere dingen: verre reizen, eerste hulp bij een gebroken hart, een auto die wat vaker start. Maar: in Wuhan hoor je vogels zingen. Boven China was de lucht nog nooit zo blauw. In Venetië zien ze vissen in het helderste water sinds tijden. De kunst van leven was altijd dezelfde: ongevraagd komen, ongewild gaan, intussen doen wat je het liefste doet, vrede sluiten met je lot. Sluit de voordeur. Zet de tuindeur open, voel de zon op je gezicht. Denk voor je uit wat niemand hardop durft te zeggen: wij zijn een virus dat een virus heeft...

02.02.2020

het vuurvliegje Het vuurvliegje wou dat hij groot en ontzagwekkend was. Hij zat thuis voor zijn raam en keek naar de zon, die tussen het struikgewas door zijn kamer in scheen. Nooit meer dat verschrikkelijke je achter mijn naam, dacht hij. Dag vuurvliegje... Ik zeg toch ook niet dag miertje, dag neushoorntje? Hij wou dat hij onstuimig was, onrustbarend, overdonderend, tomeloos en nog veel meer. Als ik eens het vuurmonster was... dacht hij. Het verzengende vuurmonster. Ik zou uit zijn, onopvallend mijn eigen leven leiden, misschien zelfs medelijden wekken, en dan, op een dag, op een verjaardag, als iedereen taart had gegeten, achteroverleunde, zijn ogen dichtdeed en niet aan mij dacht, dan ging ik opeens aan. En niet met een klein vlammetje, maar met een vuurzee! Ze zouden verbijsterd zijn! En daarna zou nooit meer iemand mij het vuurvliegje noemen. Nooit. De vuurzeevlieg, zo zou ik heten! Dat klonk nog beter dan het vuurzeemonster, meende hij. Hij probeerde zijn o...

Een nieuw begin

Sta op en schitter want lang was de nacht en bitter de strijd met oude fantomen maar nu is het morgen nu wordt het tijd om blinkende dromen waar te maken – weet je geborgen in een nieuw licht Wij zijn kleiner dan wij zijn zoveel gaven laten rusten zoveel liefde niet gedeeld zoveel warmte ingehouden zoveel tederheid verspeeld zoveel angst en zorg verzwegen zoveel aandacht niet beloond zoveel zwijgen niet begrepen zoveel eerbied niet getoond Vat moed en schitter en richt je op wat komen gaat want je hart wordt witter en de dag verwacht je eigen, herboren gelaat Groter zijn wij dan wij zijn wat verhindert ons te leven wat weerhoudt ons van de dans zoveel rijkdom om te delen zoveel innerlijke glans zoveel dromen nog te dromen zoveel onvermoede kracht die de geest in ons doet stromen ons doet uitgaan in de nacht Liever zijn wij dan wij zijn laten wij de rotsen breken in het steenland van de trots mededogen welt in beken uit de altijd milde bron ech...

Stapelgedicht

Love After Love

Love After Love The time will come when, with elation, you will greet yourself arriving at your own door, in your own mirror, and each will smile at the other’s welcome, and say, sit here. Eat. You will love again the stranger who was your self. Give wine. Give bread. Give back your heart to itself, to the stranger who has loved you all your life, whom you ignored for another, who knows you by heart. Take down the love letters from the bookshelf, the photographs, the desperate notes, peel your own image from the mirror. Sit. Feast on your life. Derek Walcott

Offline

Praag lichte schreden passen traag vele treden herfstig Praag stenen zerken oud papier meesterwerken Pilzner bier stromend water Karelsbrug straattheater heuvelrug schrijversstad barok muziek bakermat melancholiek vervlogen dromen strijdtoneel thuisgekomen zacht fluweel Door: Marianne Pepels

Aquarel

Dit is een aquarel: een schilderij van waterverf op dik karton. Ik wist niet wat ik wou toen ik eraan begon en nu het af is heb ik er nog het raden naar. Wat doet die vlek daar op dat schip, wat doet die vrouw, waarom een zee, had ik dan blauw in overschot, dat denk ik niet, ik denk haast nooit als ik mijn vinger doop in mijn verdriet of in het jouwe en ermee schrijf of teken, maar ik moet niet doen alsof. Per slot van rekening weet iedereen dat alles – alles – over liefde gaat. Door: Bart Moeyaert Uit: Gedichten voor gelukkige mensen (2008, Querido) Foto: Zev 'fiddle oak'

Stilte

Laatst nog zag ik Stilte. Ze zat op een krukje in de gang, was erg verlegen, zei geen woord. Ze was breekbaar en omringd door stofjes in het licht. Ze was heel stil. Ik sprak haar aan en ze brak... Geert de Kockere Uit: Ontmoetingen (2002) 

Portretgedichten

Enschede heeft sinds 2 februari 2013 een nieuwe stadsdichter: Regine Hilhorst . Dat is misschien goed nieuws voor Regine en vast ook wel voor Enschede, maar om eerlijk te zijn, ik ga die  Moes wel missen. Ik leerde Moes kennen in de tijd dat ik voor Bibliotheek Hengelo het taalbevorderingsproject Toon je Taal! uitzette op de basisscholen. Ze verzorgde toen workshops poëzie. We kwamen aan de klets over taal, muziek en filosofie. Wat voor ons allebei heel dicht bij elkaar lag, dus die klik was snel gemaakt. Jaren later, toen Moes inmiddels haar sporen als stadsdichter had verdiend, nam ik haar weer in de arm. Enschede kreeg een Wereldvredesvlam en ik vroeg Moes om voor de openingsceremonie  een gedicht te schrijven. Dat leverde een warm, persoonlijk beeld op, dat ze even persoonlijk en warm voordroeg. Ter ere van haar afscheid als stadsdichter zijn haar maandelijkse Portretgedichten gebundeld. Met die opvallende foto's van Miep Jukkema en Bert Vanderveen. En nat...

Gedichtendag

Ach en niks Wat wou je? Wat wil je? vroeg mama vandaag. Ik zuchtte eens diep, en zei: ach. Ach is erg, zei ze toen, nog veel erger dan au. Dat ziek je niet uit in een dag. Wat wou je? Wat wil je? vroeg mama vandaag. Ik zuchtte nog dieper, zei: niks. Niks is erg, zei ze toen, en je ziet ook erg bleek. Dat ziek je niet uit in een week. Ach en niks zijn de blues, zei mama vandaag. Daar is ach en niks aan te doen. Ik weet ach en niks om je beter te maken. Ik zuchtte, zei: mama, een zoen. Bart Moeyaert (Maanbundel)

Verstoppertje

Het is zover. Buiten koud. Binnen de kachel  een streep hoger. Soms harde spikkels, dan zachte vlokken. Gezichten verstoppen zich in opgetrokken kragen. Schouders trekken krom, alsof klein maken sneller loopt. Auto en fiets nemen  een stapje terug. We houden stand. We weten hoe dit werkt. Maar ergens dichtbij  is altijd iemand  die zich voor het eerst met groeiende verwondering afvraagt  waar de wereld is gebleven. Foto

Woorden

Gisteren stond er een mooie column van Ilja Leonard Pfeijffer in #nrcnext. Hij schrijft over de kracht van het woord, waarbij hij een vergelijking maakt tussen ons jongste regeerakkoord en de overwinningsspeech van Obama. Die Ilja omschrijft als schitterend, meeslepend en inspirerend, als een klassieke redevoering. Ja, daar moet je talent voor hebben (en een goede tekstschrijver). En terwijl het Obama wel eens is verweten dat hij 'alleen maar woorden' gebruikt, stelde deze wereldleider daar krachtig tegenover "dat alle historische veranderingen beginnen met woorden en dat het de taak van de politiek is om het volk met behulp van woorden te inspireren, en te doen geloven dat verandering mogelijk is en dat met hun hulp overmorgen beter kan worden dan morgen." Om te vervolgen met dat waar het in onze Nederlandse politiek zo aan ontbreekt: "ontroering, inspiratie, geloof en hoop. Het ontbreekt aan poëzie. Het ontbreekt aan woorden." Ah... dank je wel, Il...

Zonder

ik zou zo graag eens vrij met jou ik zou zo graag een wonder zonder remmen zonder schaamte in het riet bij de rivier zonder tijd en zonder iets dat zou ik het liefst kabbelend water in de zon een grutto in de verte een vlindertje erbij vrij en vrijen verder niets Hans Hagen uit: Hoe angst klinkt (2012) Foto: National Geographic

Wandeling

Onze gesprekken werden langzaam onze vragen beantwoordden we met kijken naar de langzame wereld om ons heen de dorpen en landerijen in de diepte de vogels bijna verdwijnend in de hemel we gingen zitten kijken naar deze prachtige onverschilligheid van de wereld naar de overbodigheid van onze vragen Door: Rutger Kopland (1934 - 11 juli 2012) Uit: Toen ik dit zag (2008)

Een ode aan lezen

eerste lezers met opa naar zaal een. hij heeft een stok. ik geen. hij wijst mij aan, buigt naar me toe en zegt: hier is het oud. zo oud als jij maar dan maal tien. ik zeg: dat wil ik zien. met opa naar zaal twee. hij koopt een boek. ik niet. het boek gaat over toen. nu loopt u krom, zeg ik. wat gaat u daar aan doen? hij toont zijn hand en zegt: zoek mij een boek van nu. dan loop ik wel weer recht. met opa in zaal drie. hij wil een stoel, ik een knie. van hem krijg ik zijn schoot en ook het boek van aap roos vis. ik zeg: dat ken ik al. hij zegt: dat kan geen kwaad. nu heb je wat je weet en weet je waar het staat. met opa naar zaal vier. hij raakt mij kwijt. ik hem. pas na een uur komt het weer goed. hij is erg blij en zegt: jij boft. kijk hier, een boek over een man die niet vond wat hij zocht. met opa weer naar huis. hij leest niet snel. ik wel. net als de aap, de roos, de vis snak ik naar lettergrepen. voor je het weet zeg ik: dit is ...