"Kennen jullie het verhaal van Japie en de bonenstaak?", vraagt onze nieuwe docent. Nee? Hij begint het verhaal van de arme jongen, de toverbonen en de wereld-van-overvloed, die zich bovenin de bonenstaak bevindt, met aanstekelijke verve te vertellen. Volgens hem staat dit Britse volkssprookje symbool voor het spel tussen het aardse leven en het Hogere Ene, waar het in zijn lessen Kabbalah over gaat. In mij gebeurt ondertussen van alles. Want ja, ik ken dit sprookje, toch? Toen ik als 12-jarige pianoles had, speelde ik uit een studieboek waarin dit verhaal centraal stond. Er wordt in m'n hoofd aan allerlei geheugendraadje gekriebeld en getrokken. In de pauze zoek ik de docent op en begin te vertellen, dat ik ooit een pianoboek had over Japie. Dan gebeurt er iets wonderlijks. Alsof ik voor een grote kast sta, met allemaal kleine laatjes, gaat er heel langzaam, hoe langer ik mezelf hoor vertellen, steeds weer een laatje open. Met daarin een stukje van de herinnering, die ...
beschrijf jezelf en herlees een ander