donderdag 29 mei 2014

Verbonden


"Mevrouw, mevrouw, kunt u me misschien even helpen?" Een kereltje van een jaar of 10 steekt half uit de telefooncel. Hij wenkt me en ik betrap mezelf erop dat ik op m'n hoede ben. Welke valstrik is hier uitgezet? Waar is z'n handlanger? Maar goed, doorlopen is ook niet erg yogi, dus ik ga kijken wat er scheelt.

"Mevrouw, weet u misschien hoe dit werkt? Ik moet bellen, maar het lukt niet." Tja, hoe lang is het geleden dat u in een telefooncel stond? Ik zie de blauwe kast met ouderwetse zwarte hoorn, mét snoer. Ik zie de gleuf voor muntgeld en de grote metalen toetsen. Hoe moeilijk kan het zijn? Nou, best moeilijk dus!

Er verschijnt een soort instructie op het scherm, maar die is zwak verlicht en floept steeds weg naar een andere instructie als je bijna klaar bent met lezen. Ik moet me ver naar binnen buigen om te helpen en verlies m'n aandacht voor wat er achter me gebeurt. Dat voelt weer net zo unheimisch als zijn eerste roep om hulp. Wat is dit toch?

Ik zie een mobiel liggen. Beltegoed is op, legt hij uit. Ja, zo gaat dat... En hij moet echt bellen! Ja, dat zal... Ik probeer het nogmaals op de ouderwetse manier. Geld ingooien. Wat is het nummer? Hij kijkt snel op z'n mobiel en noemt de cijfers. Ik toets ze in, maar op het laatst gaat het fout. Hoe herstel je dat? Hoe hang je weer op? Belt hij al? Man, wat is dit voor suf apparaat?

Terwijl we nog wat stoeien gaat z'n mobiel over. Hij wordt gebeld door het nummer dat we net intoetsten. Gelukkig. Haak erop. Vijftig cent opvangen. Hij maakt contact. "Alles oké?", check ik nog even. Hij knikt blij. "Dank u wel mevrouw".

Ik verlaat het toneel. Verbaasd. Over de rare techniek van de telefooncel, die niet zo lang geleden nog heel gewoon was. Over m'n primaire achterdocht als ik op straat word aangesproken. En over de eenvoud van het kleine gebaar om er gewoon even te zijn voor een ander. Ach, het leven is zo slecht nog niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen