Doorgaan naar hoofdcontent

Waterpret


De Pinkstermaandag verloopt zo loom als het weer. We kruipen van ontbijt, via wat bloggen en andere huiselijkheden naar de koffie. Dan klopt het vraagstuk van de lunch en de middag op de deur. Wat te doen? Naar buiten, een park, met een stokbroodje en een halfje witte wijn. Ja lekker, maar dat broodje moet nog gekocht worden, het leukste park is best nog wel even lopen en wat zegt de buienradar? Oei, code rood, over een uur ofzo.

Het verlummelen van de ochtend maken we goed door snel wat knabbels, een dekentje, een plu én de koude witte in een rugzak te stoppen en naar een klein park in de buurt te lopen. Nog even dan. In de haast vergeten we mobiel (lees: buienradar) en horloge. We geven ons over en laten het smaken, de wijnroes slaat snel toe. Al genietend voelen we de benauwdheid stijgen en zien de lucht dichttrekken. We wachten op de wind. Die komt niet. Wel een eerste dikke druppel, gevolgd door twee en veel. En voor we het weten staan we onder de kleine plu tussen een grote groep bomen te schuilen. Het tafereel is bijna idyllisch zomers.

Tegen elkaar gedrukt, de stevige boom in de rug, de moedige plu op zoveel mogelijk punten vasthoudend. De wind woeit zich in snelle rukken door de boomtoppen en langs onze benen, de regen raast over het asfalt. Alles is grijs. Lachen gieren brullen. Wat een kabaal, wat een water. We zijn ineens klaar wakker. En genieten van het doorbreken van de sleur, van dit suffe avontuur. Van het leven.

Proost.

Reacties

Populaire scribble

Waar verhalen verweven

Ik ben nu zo'n drie maanden werkzaam in opdracht van Willem. Hart voor levensvragen en heb al met vele zorgvragers kennis mogen maken. De variëteit aan ontmoetingen is groot. Met leeftijden tussen de 50 en 90 jaar. Sommigen te jong voor hun laatste levensfase of zelfs inmiddels al overleden, anderen oud en juist levensmoe. De één vindt mij een door een wonder gezonden engel, omdat ik zo goed kan luisteren en echt lijk te begrijpen. De ander laat na één gesprek weten dat dit niks voor haar is. Maar de overeenkomst tussen alle gevallen is een grote waarom -vraag die tussen ons in hangt. Waarom ik, waarom nu, waarom zo, waarom niet... Wat ik bijzonder vind, is de ontdekking dat ik in gesprekken vaak kan terugvallen op mijn eigen bronnen van inspiratie en verdieping: muziek en boeken. In de eerste woonkamer waar ik binnenstapte liep ik bijna een cello omver. Mevrouw speelde al haar hele leven, ondanks dat ze nu in een rolstoel zit. Ik kon haar zelfs aan een nieuwe lessenaar helpen, zo...