Doorgaan naar hoofdcontent

Eind van een Twijtperk

Er moet me iets van het hart. Sinds ik ruim 14 jaar geleden met Twitter verkering kreeg, hebben we een beetje een knipperlichtrelatie gehad. Ik zou zelfs zeggen een haat/liefde verhouding. In het begin was alles leuk en onschuldig, toen kwam de sleur en kostte het ineens best veel tijd. We hebben elkaar zelfs een paar jaar uit het oog verloren. Tot ik ineens weer wat meer te vertellen had en de vlam weer oplaaide. Maar sinds een tijd laat ik me meer door deze rare vogel afleiden dan goed voor me is.

Ik zou willen beweren dat ik zelf niet eens zo veranderd ben in onze relatie. Ik neem nog altijd meer dan dat ik geef. Ik val hem niet lastig met meningen in CHOCOLADELETTERS of zinloze chitchat, al dan niet vergezeld door een koddig filmpje. Ik laat alleen positieve Tweetgenoten toe, die net als ik de wereld en onze tijdlijn graag wat mooier willen maken. Maar ik moet zeggen dat m'n wederhelft in die jaren wel wat rare trekjes heeft ontwikkeld.

Hij zingt een andere toon. Hij vliegt in een richting waar ik eigenlijk niet heen wil. Hij doet het echt met iedereen. Hij verandert z'n naam en de spelregels. Hij danst naar de pijpen van z'n onberekenbare vader. En  *steekt hand in eigen boezem*  hij laat me niet meer los. Dus, ik ben op dat punt aangekomen waarbij ik moet luisteren naar m'n lichaam dat schreeuwt: deze vogel is niet goed voor jou. Wegwezen!

De druppel? Alle media die het nu hebben over X (voorheen Twitter). Vlieg toch een eind weg, mooi geweest. En ik weet, dit bericht was niet nodig, niemand gaat me missen - Twitter zelf nog het minst - en Facebook is geen haar beter. Allemaal waar. Maar ik moet ergens beginnen. 

Er waren ook echt wel leuke tijden en lieve Tweeps. Tegen hen zegt ik: "Bedankt voor de mooie jaren! Pas goed op jezelf enne... ga op tijd weg als het niet meer goed voelt. Je hebt die rare vogel echt niet nodig."

Reacties

Populaire scribble

Het verleden rechtgezet

10.01.2010 VERLEDEN Met mijn uitgever in de bibliotheek van Enschede - hij vroeg, ik antwoordde, er waren naar schatting zestig, zeventig of tachtig mensen. Na afloop een man van mijn leeftijd, hij vertelde dat we zes jaar bij elkaar in de klas hadden gezeten, lagere school, Amsterdam. Ik herkende hem, ik herinnerde me alles wat hij vertelde, de machine liep. Daarna een man en zijn vrouw met wie ik tegelijkertijd op het Spinoza Lyceum had gezeten, ook Amsterdam, hij twee klassen hoger, zij twee klassen lager. Ik had een vage herinnering. Vervolgens twee mannen die zich bekend maakten als oud-leerlingen, middelbare school Hengelo (O). Ik herinnerde me niets, ze moesten het verleden zelf boetseren, ik zag hoe ik ontstond onder hun handen. De jongste vertelde dat ik hem een twee had gegeven voor een boekbespreking. Ik schaamde me, dat had ik nooit mogen doen. A.L. Snijders / AFDH uitgevers Via: Enschedeaanzee Foto: Edstep