Doorgaan naar hoofdcontent

De verkoop van een oorlog

Tegenlicht (VPRO) is een informatief programma met het doel om inzicht te verschaffen in de wijze waarop de samenleving zich vormt, zowel in ons land als daarbuiten, en de factoren en invloeden die daarbij een rol spelen. Op 17 maart vertoonden zij De verkoop van een oorlog, binnen een 4-delige cyclus over Irak. Wat je ziet is een staaltje ‘communicatietechnieken’ waar je stil van wordt. Is het echt zo erg gesteld in de wereld? Ja, dus. En ook deze documentaire is weer onderdeel van dat spel. Daarom besteden scholen én bibliotheken steeds meer aandacht aan mediawijsheid: weet wat je ziet en snap wat de maker graag wil dat jij ziet.

Gemist?
Ga er even voor zitten, klik hier en laat me over 50 minuten weten wat je er van vond.

De inhoud
22 maart 2003. De opmars naar Bagdad is drie dagen gaande. In het perscentrum van US Central Command verschijnt de Coalition of the Willing aan de zijde van opperbevelhebber generaal Tommy Franks. Het is de eerste persconferentie sinds het begin van de oorlog en naast een Brit, Australiër en Deen - landen die de inval militair steunen - staat daar ook luitenant kolonel Jan Blom... from the Netherlands. Hij had daar niet moeten staan. Vijf jaar na dato een deconstructie* van de communicatiestrategieën die de Amerikanen hanteerden om de internationale gemeenschap te overtuigen van de noodzaak van de oorlog in Irak. Het militaire apparaat, de internationale pers en zelfs de Coalition of the Willing, allemaal werden ze onderdeel van de beeldvorming, soms in de vorm van 'behang', figurant of als reclameslogan.
* methode waarbij teksten zo worden gelezen, dat niet alleen wat er staat bij de interpretatie wordt betrokken, maar ook wat er niet staat een rol kan spelen

Reacties

Populaire scribble

Het verleden rechtgezet

10.01.2010 VERLEDEN Met mijn uitgever in de bibliotheek van Enschede - hij vroeg, ik antwoordde, er waren naar schatting zestig, zeventig of tachtig mensen. Na afloop een man van mijn leeftijd, hij vertelde dat we zes jaar bij elkaar in de klas hadden gezeten, lagere school, Amsterdam. Ik herkende hem, ik herinnerde me alles wat hij vertelde, de machine liep. Daarna een man en zijn vrouw met wie ik tegelijkertijd op het Spinoza Lyceum had gezeten, ook Amsterdam, hij twee klassen hoger, zij twee klassen lager. Ik had een vage herinnering. Vervolgens twee mannen die zich bekend maakten als oud-leerlingen, middelbare school Hengelo (O). Ik herinnerde me niets, ze moesten het verleden zelf boetseren, ik zag hoe ik ontstond onder hun handen. De jongste vertelde dat ik hem een twee had gegeven voor een boekbespreking. Ik schaamde me, dat had ik nooit mogen doen. A.L. Snijders / AFDH uitgevers Via: Enschedeaanzee Foto: Edstep