Doorgaan naar hoofdcontent

Een boek uit verveling

Onlangs startte ik het project om alle afleveringen van het VPRO programma Boeken op TV te bekijken. Wim Brands praat daarin een half uurtje met de auteur van een net verschenen boek. Leuke boeken, goeie gesprekken en vaak een verras-sing. Zo ook in de aflevering van 18 maart jl., waarin filosoof Awee Prins vertelt over zijn proefschrift Uit verveling (Klement, 2007).


“Prins vraagt zich af hoe het toch komt dat wij ons zo vervelen. Intussen hebben we het nog nooit zo druk gehad. Of proberen we met onze rusteloze bedrijvigheid de diepe verveling voortdurend te verdrijven? Prins stelt in zijn proefschrift, dat deze diepe verveling de verborgen grondstem-ming van onze tijd is.”

Wat volgt is een inspirerende uiteenzetting van stellingen en gevoelens, die pijnlijk herkenbaar zijn. Maar tegelijk ook erg waar, denk ik. In ieder geval verwoordt Prins - niet gehinderd door enige zelfspot - dingen die ik dagelijks om me heen zie gebeuren en waar ik zelf natuurlijk ook aan ten prooi val. Zonder moralistisch te willen zijn, zet hij je wel aan het denken. En dat was precies zijn bedoeling.

Natuurlijk kunt u beter zelf het programma in alle rust bekijken, maar ik wil wel vast wat tipjes van de sluier oplichten. Daarom hier een paar (uit hun context gehaalde) opmerkingen.

  • Er heerst een vaag onbestemd gevoel: is dit nu het leven zoals we het kunnen leven. Het zou allemaal wel wat intenser en kleurrijker kunnen. Veel mensen overstemmen dit gevoel, door hard te werken en veel nieuwe dingen te kopen.

  • Wij zijn de hedendaagse vorsten. En hoe beter het met men-sen gaat, hoe meer afleiding ze nodig hebben om zich niet te vervelen.

  • Mensen zitten met een Cuba Libre aan de Costa del Sol, maar als er een krekel krinkelt hopen ze dat het hun mobiel is.

  • We zijn holle mensen, volgepropte mensen. We leunen tegen elkaar aan met onze hoofden vol met stro. De wereld eindigt niet met een apocalyptisch vuur, maar in het eindeloze gebab-bel van die holle mens, gevuld met stro. Geldt dat niet ook voor al die talkshows. Het mag niet meer dan 5 of 10 minuten duren. Hup, volgende item. Het is die tomeloze verstrooiing.

  • We zijn geen volwassenen. We zijn kinderen, die verwend willen worden en die de brug naar de wereld niet meer kunnen slaan.

  • Er is een permanente zucht naar het interessante, naar het nieuwste van het nieuwste, maar waar is het geluk dat daarbij zou horen. Ik zie het niet.

  • We vervelen ons omdat de wereld ons ontglipt. Het antwoord daarop is nog harder werken. Met al dat harde werken ontwij-ken we de verveling van de vrije tijd.
  • Verveling ontstaat uit het gevoel dat je je leven niet ter hand neemt. Dat je je laat leven. Uit een gebrek aan concentratie en die zucht naar het interessante. Het werkelijke zijn te midden van de zijnen dooft uit.

  • Onthaasting is de modus van de versnelling. Dat zorgt er alleen maar voor dat je nog harder kunt werken, nog beter presteert.

  • In het westen is het ons gelukt om een ontwikkeling van con-sumptisme teweeg te brengen. Maar we leven niet meer in een bezield verband.

  • Je moet de impasse van de diepe verveling toelaten. In die impasse ontstaat de mogelijkheid van de verstilling. Je wordt alert op dingen, die het oor nimmer vernam. Je merkt dat er iets anders aan de hand is dan het je versnelt verplaatsen van a naar b.

  • Krijg oog en oor voor de alledaagsheid. Als we dat weer leren, is er een leven vóór de dood mogelijk.

  • De deur van het geluk gaat naar binnen open. Maar we zijn maar aan het drukken. Geluk is een toegift. Als je geduldig en geconcentreerd leeft, dan zal geluk je toevallen. Geduld is Alles.

Met mijn favoriet tot slot:

Het is helemaal niet zo’n goed boek. Het leuke van het boek is dat het mensen aan het denken zet. Als je als filosoof dát kunt doen, dan ben je geslaagd.

Als Awee Prins net zo aanstekelijk schrijft als dat hij praat, dan is dit boek een feestje!

Reacties

  1. Ha prachtig!

    Het bovenstaande doet mijn dan weer sterk denken aan het boek van Barber: de Infantiele Consument.

    Confronterende materie...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ja, die gelijkenis ligt erg voor de hand, alhoewel ze vast verschillende invalshoeken gebruiken. Geweldig gekozen trouwens; 'infantiel'. Dat geeft weinig hoop voor hoe Barber tegen die consumerende consument aankijkt!

    Ik kwam vandaag ergens een citaat tegen van één of andere BN-er: "Als vrouwen ongelukkig zijn vreten ze zich vol of gaan ze shoppen. Mannen vallen een ander land aan." Geeft ook weer een ander licht op de zaak...

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik heb vanavond zitten risken met mijn vrindjes

    *kuch*

    :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ik vreet mij ook wel eens vol (dol op ijs) en shoppen ben ik ook goed in.. Wat zegt dat nou weer over mij..?
    Ik verveel mij ook wel eens hoor, maar da's soms gewoon nodig. Zeg ik tegen mijn kinderen ook altijd als ze zich vervelen: 'gaat wel weer over, geniet er maar even van..' ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @edwin: van alle spelletjes heeft risk toch wel het hoogste haantjes gehalte. Maar het schijnt veel mensen veel gezellige avonden te bezorgen ;-)

    @eck: 'gaat wel over'. Dat is toch wel de grootste dooddoener die je kinderen aan kunt doen, toch? Ik zou ze de volgende keer gewoon een nieuw computerspelletje geven. Of een grote bak ijs!

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Schitterend! Alweer een boek om te lezen. ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Klinkt als interessant leesmateriaal.
    :)

    Ik houd van ijs, shoppen, heb de nieuwste mobiel, heb me heel wat avonden vermaakt met Risk (en met kolonisten van catan, carcassonne en ga zo maar door.)
    Ik geloof dat ik ook niet echt eenduidig ergens te plaatsen ben. :)

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Probeer het label 'schizofreen' eens :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Ik denk dat ik eerder voor een tag als 'multipersoonlijkheid' zou gaan ;)

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire scribble

Spoedberaad

We zitten midden in de module Moreel Beraad. We leren waar een ethisch dilemma aan moet voldoen, welke vormen van moreel beraad er zijn en hoe je als geestelijk begeleider een goede gespreksleider bent. We oefenen in groepjes met zelf ingebrachte casussen. Twee dingen zijn cruciaal in dit proces: wat is de werkelijke kernvraag en waar ligt het 'hittepunt' van het dilemma. Zo puzzel je als groep stapsgewijs naar een besluit waarmee je de minste morele schade aanricht. Het analytische van deze rol ligt me wel. In de praktijk word ik onverwacht uitgedaagd. De hele weg van Enschede naar Utrecht loopt mijn morele stressthermometer op naar een vurig hittepunt door de schaamteloze houding van een medereiziger. Best knap eigenlijk, dat je zo stoïcijns helemaal je eigen ding kunt doen. Ondertussen oefen ik op de zinsconstructie van de juiste kernvraag: "Moet ik de reiziger op dit moment aanspreken op het vervuilen van de zitplaats en bezethouden van twee extra plekken, als hij verd