Doorgaan naar hoofdcontent

Scribbles is in de war

Deze week verschenen er bijna gelijktijdig twee opmerkelijke berichten. In de nieuwsrubriek van Leesplein staat een bericht uit NU.nl, over een Brits onderzoek onder 88 (!) proefpersonen van 10-12 jaar, waaruit blijkt dat kinderen die veel afkortingen gebruiken bij het sms'en, gemiddeld genomen een betere leesvaardigheid ontwikkelen.


Volgens de onderzoekers is het aannemelijk dat het regelmatig gebruik van sms-taal de resultaten bij leestoetsen bevordert, omdat de afkortingen in sms'jes vaak fonetisch zijn. En het schijnt algemeen bekend te zijn dat een goed fonetisch bewustzijn tot een betere leesvaardigheid leidt. Daarnaast is het spelen met taal in algemene zin bevorderlijk voor de prestaties op taalkundig gebied, dus het gebruik van sms-taal moet dan ook worden toegejuicht. Want de kinderen oefenen in hun vrije tijd met geschreven taal en ze vinden het nog leuk ook!

Dus daar zit ik, met m'n projectsubsidies vol maatschappelijk verantwoorde argumenten over de verarming van het taalgebruik bij kinderen door de vluchtige communicatie van deze tijd...

Maar er is hoop. In De Pers van woensdag staat een artikel over taalinstituten die worden overspoeld met aanvragen voor cursussen Nederlands door autochtone, hoogopgeleide jongvolwassenen, met een piek tussen de 20 en 35 jaar. Deze groep voelt zich niet comfortabel bij het opstellen van plannen en e-mails en bij het geven van presentaties. Omdat het eigenlijk toch wel een beetje een taboe is, doen afstandsopleidingen - waarbij thuis gestudeerd kan worden - het erg goed. Het probleem zit vooral in de schrijfvaardigheid, wat weer komt door het toenemende e-mail- en smsverkeer. Maar slecht onderwijs is ook de aanstichter van het kwaad.

Saillant detail vind ik wel dat taalonzekere werknemers kennelijk werkzaamheden uitstellen en zich onttrekken aan activiteiten waarbij taalbeheersing belangrijk is, want na een cursus blijkt de bedrijfsproductiviteit ineens omhoog te gaan. Rijst bij mij de vraag op wat de ware achtergrond is van al die werkgevers die ineens met cursussen strooien.

Maar goed, Scribbles is dus in de war. Want wat moet ik nu met m'n taalbevorderingsproject? M'n gevoel zegt me dat een goede invloed van sms-taal volslagen onzin is. Maar ja, als we op ons gevoel de wetenschap gaan bedrijven, is het einde zoek natuurlijk. En die groeiende groep slechte schrijvers is volgens mij alweer bijna te oud om te bewijzen dat mijn gevoel juist is. Tenzij die groep blijft groeien.

Ik zal in m'n volgende marktonderzoek eens meenemen of scholen behoefte hebben aan sms- en chatbevorderingsprojecten. De klant is immers koning.

Reacties

  1. Jij hebt een ingewikkeld vak!
    Hoop dat je snel weer "uit de war" komt.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dag Astrid,
    Kort door de bocht denk ik dat beide publicaties juist zijn. Naar mijn gevoel ( en ik lees dagelijks 6,7 handgeschreven dagboekachtige notities) neemt de taalvaardigehid af o.a. door matig taalonderwijs. Maar alles wat een kind daarnaast op taalgebied doet: lezen, puzzelen,luisteren naar gesprekken op radio of tv, SMS, praten, taalspelletjes, MSN zullen dat lage niveau toch kunnen opkrikken?

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @jouke: ik ben weer helemaal top vandaag!

    @ava: Daarmee zeg je dus eigenlijk dat het taalonderwijs zo slecht is, dat we alles wat kinderen spelenderwijs met taal doen met beide handen moeten aangrijpen, om er toch nog wat van te maken (kort door de bocht, natuurlijk). Toch wel een pijnlijke constatering, maar misschien is je redenering wel juist hoor. Spelenderwijs leren werkt prima, maar je kunt soms ook spelenderwijs iets afleren of iets verkeerds leren, denk ik. Hoe dan ook, we kunnen het sms-en niet stoppen, dus zullen we moeten blijven investeren in goed onderwijs en 'leerzame' spelletjes.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire scribble

Waar verhalen verweven

Ik ben nu zo'n drie maanden werkzaam in opdracht van Willem. Hart voor levensvragen en heb al met vele zorgvragers kennis mogen maken. De variëteit aan ontmoetingen is groot. Met leeftijden tussen de 50 en 90 jaar. Sommigen te jong voor hun laatste levensfase of zelfs inmiddels al overleden, anderen oud en juist levensmoe. De één vindt mij een door een wonder gezonden engel, omdat ik zo goed kan luisteren en echt lijk te begrijpen. De ander laat na één gesprek weten dat dit niks voor haar is. Maar de overeenkomst tussen alle gevallen is een grote waarom -vraag die tussen ons in hangt. Waarom ik, waarom nu, waarom zo, waarom niet... Wat ik bijzonder vind, is de ontdekking dat ik in gesprekken vaak kan terugvallen op mijn eigen bronnen van inspiratie en verdieping: muziek en boeken. In de eerste woonkamer waar ik binnenstapte liep ik bijna een cello omver. Mevrouw speelde al haar hele leven, ondanks dat ze nu in een rolstoel zit. Ik kon haar zelfs aan een nieuwe lessenaar helpen, zo...